Journals

Fifth Journey (MS 107/4)

23rd December 1785


transcription

[23rd December 1785]
23 vrydag

reden de lange valey af in 1¾ met ossewagen daar hy wel een half uur breed tegen duinen op stuit.

koel goed weer en de selvde wind
ter: 70 ­ 80 ­ 76

[page 19]
sonder ooyt door te breken en sonder vis dog vol groente wat na boven, en groeit goed koorn ook een wyngaart en allerley groente. reden noordelyk binnen langs de duinen strand langs en na een en ¼ uur tot aan steenbokke fontein de veeplaats van enen lambregts, brakkig water
hier lagen enige hottentots als veewagters, na seven quartiers arriveerden aan strand by Jakhals valeys riviers mond, die 120 treden breed somtyds loopt dog nu niet, dit is een groter bogt als verlore valey.

[page 19a]

op de zuid punt van dese bogt legt een groot klippige rots als een eiland ook enige klippen zuidelyker, circa 200 treden van de wal alles seer klippig en vol vogels ook robben. vonden hier de plaats van een grote strandbosjeman kraal
de kindersiekte is ook in t’jaar 1713 onder hen geweest
peilden alles af en keerde te rug tot by de brand wagt daar wy met sons ondergang arriveerden.

van steenbokke fontein t’strand
seer klippig.

alles sanderig bosjesveld.
hier was te voren veel wild en Oliphanten geweest, dog nu niet meer
Josias Engelbregt wees my een bosje waar de toenmalige hottentotten een stok oude meid (n:b: die geen vrienden of kinderen had) in een craal van hout ingeset en omheind hadden met een struisdopje met water en enige kost om haar dus te doen sterven en van haar ontslagen te syn, Josias daar voorby komende met enen dier hottentotten, strand bosjemans courasi genaamt had die hem dat gewesen, ook vond hy die vrouw toen dood
hy had se gekent sy was kwabees genoemt en na syn gedagten over de hondert jaar geweest

translation

[23rd December 1785]
23 Friday

Travelled down the Langevlei in an hour and three-quarters by ox-wagon where it was a good half an hour wide and pushes up against the dunes without breaking through them and

Good weather, cool, and the same wind.
Thermometer: 70-86-76.

[page 19]
without fish. But full of vegetation a little higher up, as well as good wheat, a vineyard and all kinds of vegetables. We travelled northwards within and beside the dunes, alongside the shore and after one and a quarter hours reached Steenbokkefontein, the stock farm of a certain Lambrechts. The water was brackish. There were some Hottentots living as herdsman. After one and three quarter hours we arrived at the shore at the mouth of the Jakhalsvlei River that sometimes flows is 120 paces wide, though not now. It makes a larger bight than Verlorenvlei.

[page 19a]

At the southern point of this bight there is a large stony rock like an island. There are also some rocks more to the south, about 200 paces from the shore, all very stony and full of birds and seals. Here we found the place where a large Shore-Bushman’s kraal had stood. They had also the smallpox here in 1713.

From Steenbokke Fontein the shore is very stony.
Sandy shrub-country everywhere.
In the past there was much game and elephan there but not any more.
Josias Engelbregt showed me a shrub where the Hottentots then living here of that time had put a very old woman in a wooden kraal (N.B. She had no friends or children); they fenced her with an ostrich-eggshell with water and some food in order that she should die and thus be rid of her.
Josias who was passing by that way with one of these Hottentots, a Shore-Bushman by the name of Courasi, was shown this by him and he also then found the woman dead. He had known her; she was called Kwabees and in his opinion she was over a hundred years old.