Journals

Fifth Journey (MS 107/4)

16th December 1785


transcription

[16th December 1785]
16 vrydag

nam afscheid van myn geselschap, en ging de strand langs, noord oost 5 g oost op de kleine tafelberg aan, die digt aan strand schynt te leggen dog op bevinding 2½ a 3 myl van het selfe legt

koel weer noordelyke lugtje helder egter iets mistig met den middag
term 65 ­ 76 ­ 78.

[page 17]
vond alles een vlak sand strand het geen geene klippen had en alleen na 2700 roeden een lage sand punt had waar na men weder als op de kleine tafelberg aanging dog na 1500 roed weer afdrayende ging tot na de Stompe hoek der verlore valeys zuid hoek
quamen na vier uren gaans aan de zogenaamde bukram zynde de mond van een klein riviertje dat in de regentyd in zee loopt, dog nu geen drop water had, hier verlieten wy het strand en marcheerden door het binnenveld een uur tot duinfontein (die wat brak was) beide plaatsen van melk. dese duin fontein legt 20 min gaans van de zee even enige niet hoge duinen tussen beiden, de wagen kwam na 8 uren rydens ten 5 uren hier aan.
myn hottentot platje had een mannetjes struisvogel geschoten. sagen ook vele zeerobben op het strand slapen die hier niet veel schenen gestoord te worden

[page 17a]

translation

[16th December 1785]
16 Friday

Took leave of my party and went along the shore, north east 5 degrees east towards the Kleine Tafelberg that appears to lie close to the shore; but on examination I found it lies 2½ to 3 miles from the same.

Cool weather. Northerly breeze. Clear but somewhat misty in the afternoon.
Thermometer: 65-76-78.

[page 17]
Found that it was a flat, sandy shore everywhere which had no stones, and only after 2700 roods was there a low sandy point after which one carries on again as to the Kleine Tafelberg. But after 1500 roods turning off I went to Stompehoek, the southern corner of the Verlorenvlei.
After four hours’ distance we came to the so-called Bukram which is the mouth of a small rivulet that runs into the sea in the rainy season. but had not a drop of water. We left the shore here and for an hour tramped through the countryside to Duinfontein, which was somewhat brack. Both these are farms belonging to Melk.
This Duinfontein lies 20 minutes from the sea, with a few low dunes between them. The wagon arrived here at 5 o’clock after travelling for eight hours. My Hottentot Platje had shot a male ostrich. We saw many seals sleeping on the shore which don’t here seem to be disturbed by much.

[page 17a]